Foto bij een aanhouding van twee minderjarige jongens met messen in Maassluis in 2020
Landelijk

Minderjarige geweldplegers zorgelijke trend in jaarbeeld van Openbaar Ministerie

Het criminaliteitsbeeld over 2020 ziet er door de coronapandemie en de genomen maatregelen afwijkend uit ten opzichte van andere jaren. Er waren minder woninginbraken en er was minder uitgaansgeweld. De grootste verschuiving is de groei van online criminaliteit. Het aantal geregistreerde gevallen van fraude met onlinehandel en identiteitsfraude steeg met meer dan 30 procent in één jaar. Het aantal verdachten van cyberdelicten nam als gevolg daarvan in 2020 toe van 390 naar 480, een toename van 23 procent. Het aantal verdachten van fraude met betaalproducten nam toe met 48 procent, van 460 naar 680 verdachten. Dat blijkt uit de eerste cijfers die het Openbaar Ministerie naar buiten brengt over 2020.

‘Cybercriminaliteit is het delict van de toekomst’, stelt Gerrit van der Burg, voorzitter van het College van procureurs-generaal. ‘Het wordt steeds groter en is veelkoppig: van digitale babbeltrucs tot ingewikkelde ransomware en DDos aanvallen. Er is een stevige maatschappelijk aanpak nodig, die zich richt op het vergroten van de weerbaarheid van burgers en bedrijven en op intensieve opsporing en vervolging van criminelen.’

Beeld: OM

Geweld door jongeren
Hoewel het totaal aantal jeugdige verdachten dat in aanraking komt met het OM al jaren afneemt  (in 2020 -12 procent), zet in 2020 een zorgelijke trend door die in 2019 al zichtbaar werd. Het aantal minderjarigen dat verdacht wordt van een ernstig geweldsdelict is in een jaar tijd toegenomen met 17 procent van 1.633 verdachten in 2019 naar 1.904 in 2020. Deze minderjarigen worden verdacht van zware mishandeling, diefstal met geweld, afpersing of ernstige bedreiging, al dan niet in groepsverband. Ook het aantal jongvolwassen tot 21 jaar dat verdacht wordt van een ernstig geweldsdelict, nam toe, met 4 procent, van 1.894 naar 1.979. In totaal nam het aantal ernstige geweldsdelicten toe met 6 procent ten opzichte van 2019.

Opvallend is de toename van het aantal verdachten voor (een poging tot) doodslag. Het aantal verdachten nam in 2020 toe met 21 procent tot iets meer dan 1.400 verdachten. In 2019 was ook al sprake van toename, toen steeg het aantal verdachten met 25 procent.

De toename van verdachten van (een poging tot) doodslag is vooral bij minderjarigen en jongvolwassen verdachten zichtbaar. Het aantal minderjarige verdachten steeg met bijna 50 procent tot 199 verdachten, het aantal jongvolwassen verdachten (t/m 21 jaar) met 38 procent tot 226. In iets meer dan 90 procent bleef het bij een poging. Het meest opvallend is de toename in de regio Amsterdam. Het parket Amsterdam registreerde in 2020 2,5 keer meer verdachten van (poging tot) doodslag dan het jaar daarvoor. In 2019 waren het er 32, vorig jaar 83.

Het aantal verdachten van (een poging tot) moord daalde met 5 procent tot 380 verdachten, maar ook in deze categorie steeg het aandeel jongeren. 25 Verdachten waren minderjarig, in 2019 waren dat er veertien. In 22 van de 25 zaken ging het om een poging moord.

Van der Burg maakt zich zorgen over deze trend. ‘Het is het tweede jaar op rij dat we zien dat excessief geweld onder jongeren is gestegen. Een breed offensief, zoals ingezet met het actieplan Wapens en Jongeren, is hard nodig om dit maatschappelijke probleem aan te pakken. Opsporing en vervolging met stevige gevolgen is belangrijk om jongeren duidelijke grenzen op te leggen, en hen te confronteren met hun misdadig gedrag, maar alleen met het strafrecht los je dit maatschappelijke probleem niet op. Brede coalities zijn nodig om deze jongeren op het juiste spoor te brengen, en vooral te houden.’

Minder instroom, minder zaken bij de rechter
Het Openbaar Ministerie heeft in 2020 179.200 misdrijfzaken afgehandeld. Dat is 11 procent minder dan 2019. Naast een lagere instroom, werd de afhandeling van strafzaken door de rechter sterk beïnvloed door de coronapandemie, waardoor bijna twee maanden nauwelijks strafzaken konden worden behandeld.

Als gevolg van deze situatie heeft het OM verhoudingsgewijs meer strafzaken zelfstandig afgedaan dan vorig jaar. In 2019 was dat 54 procent van de zaken, in 2020 groeide dit aandeel tot 57 procent, ofwel 103.000 strafzaken.

Onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden
In tegenstelling tot de veelvoorkomende criminaliteit hebben de coronamaatregelen nauwelijks invloed gehad op de omvang van de georganiseerde criminaliteit. Vandaar dat het aantal onderzoeken naar deze criminele samenwerkingsverbanden in 2020 onverminderd hoog was. Net als in 2019 liepen in 2020 bijna 2300 onderzoeken naar diverse vormen van zware georganiseerde criminaliteit.

In 2020 zijn 1.155 zaken die te maken hadden met de georganiseerde misdaad door de rechter behandeld. In 2019 waren dat er 1.471. Daarbij kregen 785 verdachten een vrijheidsstraf opgelegd.

Toename celstraffen
Een afname in strafzaken betekent geen afname in de ernst van de zaken. Dat is terug te zien in de opgelegde vonnissen. In 2019 was al een toename van het aantal opgelegde langdurige vrijheidsstraffen zichtbaar en die toename zet ook in 2020 door. Hoewel het aantal vonnissen door de omstandigheden met 21 procent afnam, werden naar verhouding weer meer verdachten veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar of langer. Het aantal verdachten dat een gevangenisstraf van vijf tot tien jaar kreeg opgelegd, steeg van 182 naar 200.

Coronagerelateerde strafzaken
In 2020 heeft het OM iets meer dan vierhonderd coronagerelateerde misdrijfzaken in behandeling genomen. Het gaat dan met name over verdachten die hoesten of spugen naar agenten, of andere mensen met een publieke taak, waarbij ze beweren besmet te zijn met het coronavirus. Bijna driehonderd zaken zijn aan de rechter voorgelegd, meestal via een snelrechtprocedure.

Er zijn ruim 36.000 processen-verbaal opgemaakt door politie en bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) voor overtreding van de coronaregels. Na beoordeling door het parket CVOM is in iets meer dan 22.000 een strafbeschikking opgelegd. Hiertegen is in ruim 7.000 zaken verzet ingesteld, wat inhoudt dat in iets meer dan 30 procent van de gevallen de bestrafte het niet eens was met de opgelegde strafbeschikking door het OM. Normaal gaat zo’n 11 procent van de mensen in verzet.

Stabiele financiering
Het OM houdt zich allang niet meer alleen bezig met opsporing en vervolging. Er zijn in de loop van de jaren steeds meer belangrijke taken bijgekomen, zoals op het gebied van preventie, de aanpak van personen met verward gedrag en slachtofferrechten.

Van der Burg: ‘De verantwoordelijkheden en taken van het OM vraagt heel veel van onze mensen. Dit wordt niet opeens minder door economische tegenspoed. Daarom is meerjarige, stabiele en voorspelbare en toereikende financiering hard nodig. Niet alleen voor ons, maar ook voor de politie, de rechtspraak , rechtsbijstand, reclassering en strafuitvoering. Het wordt hoog tijd dat het fundament onder deze organisaties wordt versterkt. Zij vormen het hart van onze rechtsstaat.’

Bron: OM

Lees ook:

More in:Landelijk

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.