Maassluis

Maasdelta wint hoger beroep; bewoner wordt uit drugswoning gezet in Maassluis

Eerder deze maand diende in de rechtbank in Den Haag de zaak over de sluiting van een drugswoning in Maassluis. De  zaak ging over de vraag of verhuurder Maasdelta de huurovereenkomst met woninghuurder kon ontbinden of door de rechter kan laten ontbinden, omdat er drugs in de woning zijn aangetroffen en de burgemeester een, later weer ingetrokken, besluit nam tot sluiting van de woning. De kantonrechter oordeelde van niet, maar Maasdelta ging daartegen in hoger beroep. In dit hoger beroep van Maasdelta oordeelde het hof van wel.

Een persoon huurde van Maasdelta sinds 29 april 2013 een woning in Maassluis, inclusief een kelder/berging. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden van toepassing. In zowel de huurovereenkomst als de Algemene Huurvoorwaarden is opgenomen dat het de huurder niet is toegestaan in het gehuurde hennep te kweken en activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld.

Op donderdag 13 juni 2019 werd door Meld Misdaad Anoniem aan de politie gemeld dat op de bewoner van een adres in Maassluis gedeald zou worden in harddrugs. Op grond van de beschikbare informatie en verklaringen heeft het onderzoek geleid tot toestemming van de officier van justitie van het parket Rotterdam om een instap te doen in deze woning en werd daarna schriftelijk toestemming verstrekt door de Rechter Commissaris van de rechtbank Rotterdam tot een doorzoeking van het betreffende pand. In de woning werd daarop op aanwijzen van de bewoner een hoeveelheid speed (amfetamine) in zijn trainingsjas aangetroffen. Dit werd daarop, met een weegschaaltje en verpakkingsmateriaal voor drugs, door de bewoner overhandigd aan de politie. Verder werd door de bewoner een busje CS-gas overhandigd aan de politie. Deze goederen werden in beslag genomen. De ingeschreven bewoner werd vervolgens als verdachte aangehouden voor overtreding van de Opiumwet en de Wet Wapens en Munitie.

In de woning trof de politie het volgende aan: 39,7 gram amfetaminen (uit de trainingsjas van verdachte, een busje CS-gas (uit de trainingsjas van verdachte ), verpakkingsmateriaal voor drugs, een weegschaaltje (van de salontafel), 2 ponypacks met een bruine substantie, vermoedelijk harddrugs (van de salontafel), 3 zakjes en een potje hennep (van de bank en de salontafel), 5 hennepplanten (vanuit een plantenbak in de woonkamer), een boksbeugel (uit het tv-kastje), goederen de kennelijk bestemd zijn voor het vervaardigen van hennep, waaronder 13 armaturen en 22 assimilatielampen (uit de kelder/berging), een prepaidtelefoon, twee ijsblokjesvormen met een onbekende, chemische substantie en een transparante grote gripzak met een chemisch ruikende substantie.

De aanleiding voor actie lag gelegen in het feit dat er vanuit meerdere verklaringen bleek dat de betreffende woning een belangrijke rol speelde in de handel in verdovende middelen. Ter illustratie is hier een fragment uit één van de verklaringen: [naam verdachte] is nooit voor 12 uur uit bed en je kan voor drugs terecht van van 14:00 uur tot ongeveer 04:00 uur. Als je koopt weegt de verdachte de drugs af in de woonkamer op de salontafel. (…)” Zo schrijft de politie in een Bestuurlijke Rapportage.

Uit meerdere verklaringen bleek dat de woning een belangrijke rol speelde in de drugshandel

Via een brief op 22 juli 2019 heeft Maasdelta aan de verdachte geschreven dat de politie op 19 juli 2019 heeft geconstateerd dat hij in de woning activiteiten verricht die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn. Maasdelta heeft hem gewezen op handelen in strijd met de huurovereenkomst en hem de gelegenheid gegeven de huur van de woning zelf op te zeggen zodat Maasdelta geen juridische procedure zou hoeven starten. De verdachte (de bewoner) heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Op 1 augustus 2019 besloot de burgemeester van Maassluis, Edo Haan, om de woning tijdelijk te sluiten voor de duur van twee maanden, van 6 augustus 2019 tot en met 6 oktober 2019. Via een brief op 7 augustus 2019 heeft woningcorporatie Maasdelta de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden op basis van de burgemeesterssluiting. Maasdelta heeft op 5 september 2019 in kort geding gevorderd dat de bewoner (de verdachte) de woning ontruimt op 6 oktober 2019.

De verdachte maakte bezwaar tegen het burgemeestersbesluit en hangende dat bezwaar de bestuursrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij voorlopige voorziening van 12 september 2019 heeft de bestuursrechter het besluit geschorst voor een week. Op 16 oktober 2019 heeft de kantonrechter in kort geding de bewoner veroordeeld om de woning met bijbehorende kelder/berging te ontruimen. Hierop heeft de verdachte (de bewoner) de woning ontruimd.

Op het bezwaar van de verdachte tegen het burgemeestersbesluit van 1 augustus 2019, heeft burgemeester Haan op 31 oktober 2019 dat besluit ingetrokken en een bestuurlijke waarschuwing opgelegd. 
Maasdelta heeft de bewoner van de woning gedagvaard bij de kantonrechter. Maasdelta wilde dat de rechter voor recht verklaart dat de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning is geëindigd door de buitengerechtelijke ontbinding van 7 augustus 2019. De bewoner voerde hier gemotiveerd verweer tegen.

De kantonrechter wees de vordering af en verklaarde niet de beëindiging van de huurovereenkomst. Maasdelta was het niet eens met het vonnis en is bij dagvaarding tegen het hele vonnis in hoger beroep gekomen.

Maasdelta won het hoger beroep. De rechter vernietigde het oordeel wat een rechter eerder gaf in deze zaak. Ook heeft de rechter de huurovereenkomst tussen Maasdelta en bewoner beëindigd. De bewoner werd veroordeeld voor de kosten van het hoger beroep. Aan de zijde van Maasdelta tot op heden begroot op € 100,89 voor de dagvaarding en € 760,- voor het griffierecht en €1.611,- voor salaris van de advocaat.

 

 

Lees ook:

More in:Maassluis

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.